TRAINS, PLANES AND AUTOMOBILES
Zaterdag 3 september zou de dag van vertrek naar Panama zijn. Zo verliet ik vrijdagavond rond twaalven mijn woning en overnachtte bij mijn reisgenoot Bas, die dichter bij Rotterdam Centraal woont. Een paar uur later, zaterdagmorgen half vijf, ging de wekker. Vijf uur zaten we in de trein naar Schiphol. We deelden de coupe met voornamelijk oppassende stappers die terugkwamen van een nachtje gabberen, waaronder wel een in kwantiteit veel en in kwaliteit weinig pratend meisje. De reis naar Parijs ging snel en vlekkeloos. Ook deelde de KLM broodjes uit. In het zeeschip van Parijs naar Caracas, een 747 400 (zo'n jumbojoekel met 2 gangpaden) zaten Bas en ik apart. Ons allebei viel wel een hoestbui op van iemand waarvan we dachten dat het niet goed zou zijn. Een grafkuch! Bleek een Nederlands meisje, waar ik tussen enkele erupties (van haar) even een praatje mee maakte. Ze reisde met een vriendin, die de Beaumonde aan het lezen was, ook naar Panama. Best vriendelijke mensen. Ook een praatje had ik met de vrouw die naast me zat. Ze was met haar zoontje op vakantie geweest aan de Franse kust. Bij het overstappen in Caracas maakte de medewerker van Copa Airlines een dermate goedgemutste en relaxte indruk dat we besloten nog even extra te controleren of het met de bagage goed was gegaan. Dat was het geval. Met heel wat turbulentie vlogen we naar Panama. Bij aankomst hadden we een mooi overkoepelend uitzicht over de Puente de las Americas (de brug op het plaatje hiernaast) en de wolkenkrabbers. We verlieten het vliegtuig en stapten een sauna in. Met de twee Nederlandse dames deelden we een taxi naar de binnenstad. We namen onze intrek in Voyagers International Hostel. We aten en dronken nog wat en slaapwandelden naar het hostel terug.
Zondag besloten we naar de wijk Casco Viejo te lopen om daar de oude Spaanse kern van Panama Stad te bekijken. Eerst ontbeten we nog in het enige cafe dat rond 8 uur open was. We hadden een discussie over beuken (als zelfstandig naamwoord) en ik stelde vast dat Panamese koffie inderdaad mieters is. Het straatbeeld geeft mooi aan dat Panama een cultuurgrens is, autoalarmen weten net als in andere Latijns Amerikaanse landen niet van ophouden en bussen zijn bont beschilderd maar zijstraten zijn genummerd en veel mensen rijden een SUV. Na 2 cafeinefragmentatiebommen liepen we langs de kust, met een prachtig uitzicht op de luchtlijn van Panama Stad, naar Casco Viejo. We kwamen in een achterbuurterige omgeving uit, waar men ons 'guapo' (mooi in de mannelijke vorm) nariep. Dit kon maar drie dingen betekenen, of zij denken dat wij van de herenliefde zijn, of ze zijn zelf warme broeders, of ze zijn Revianen. We liepen fluks door en kwamen in de voetgangerszone. Die bracht ons in het prachtige Casco Viejo. Daar kwamen we uit op het Plaza de Independencia (met prachtige witgepleisterde kathedraal) en brachten een bezoek aan het Museo del Canal Interoceanico, dat handelt over de constructie van het Panama Kanaal. Echt een kloteklus! De Fransen probeerden het eerst, einde 19e eeuw, maar dit bracht afgezien van 22.000 doden niet het gewenste resultaat. De VS namen het maar over en in 1914 voer het eerste schip door dit wonder van vernuft, communicerende vaten en werkscheppen.
Volgens Bas hing ik te lang in het museum rond.
Hierop verlieten we Casco Viejo weer langs de eenvoudige buurt waarlangs we gekomen waren. De rioollucht die er hing vond ik heel prettig want hij herinnerde me aan een eerdere reis naar India. Naarmate we meer in de richting van onze (zaken)wijk El Cangrejo kwamen, verbeterde allengs het straatbeeld. Ook het wagenpark werd veelzijdiger. We zagen Ferraris en Maseratis rijden en hielden halt bij Habibis, een prettig Libanees patioresturant.

1 Comments:
ha Anke,
Ach, op Vlieland is het vast niet zo benauwd als hier. Veel plezier daar, wij houden jou ook in de gaten!
5:36 p.m.
Een reactie posten
<< Home