donderdag, september 22, 2005

STIJVE POTEN

Zondag 18 september deden we weinig. Ik belde met mijn ouders internette wat, onder andere om het vorige bericht te schrijven. Bas ging uitzoeken hoe we naar de ingang van Parque Nacional Volcan Baru konden komen. Dat bleek heel simpel: pak ´s morgens vroeg een taxi met vierwielaandrijving. Maandagmorgen om half zeven stonden we dan ook bij het centrale plein van Boquete en vonden iemand bereid om ons voor vijf dollar naar de ingang te brengen. Anderhalve kilometer voor de ingang begon-ie wat te zeuren over niet verder, zodat we dus tot de ingang moesten lopen. Hier hadden we al moeten weten: dit wordt steil en stenig. We passeerden de ingang van het park. Hier bleek niemand aanwezig, zodat we helaas niet de vereiste drie dollar toegang konden betalen. We liepen dus maar verder. We wilden immers naar de top van de vulkaan, op 3478 meter. We waren nu nog op 1800 meter dus er moest worden aangepoot. Langs het pad stonden bordjes die de afstand aangaven en daardoor een drukkende werking op het moreel hadden: bij de ingang 13,5 kilometer tot de top. Ik begon eigenlijk wat te snel en was al na een kilometer of twee bekaf. Het was een psychedelische bezigheid, driftig doorstampend en af en toe water drinkend jagen op het volgende bord. Van 9 tot 4 kilometer voor de top ging het beter, het pad was minder steil en stenig. Helaas was het ter top nogal bewolkt, zodat we hier (waar het volstond met zendmasten, het moet mogelijk zijn hier Al-Jazeera of Omrop Fryslan te ontvangen) niet het felbegeerde uitzicht over zowel de Caraibische Zee als de Stille Oceaan hadden. Er stond wel een aardig kruis. Naar de top lopen had ons vierenhalf uur gekost zodat we rond half een maar weer omlaag gingen. Bas begon nu last te krijgen van een latente knieblessure en moest flink afzien. Laten danwel blijven liggen was geen mogelijkheid. Ook ik vond het een lijdensweg omlaag en zette plannen om ooit nog eens de Vierdaagse te lopen in de koelkast. We hoorden dof onweersgerommel. Na 28,5 keiharde kilometers kwamen we met gestenigde spieren en knikkende knieen weer bij de ingang van het park. Hier was men inmiddels uit bed en wilde wel een taxi bellen. Helaas, we moesten nog wel even omlaag lopen. De taxi zag eruit als een tweedehands knightrider maar van mij had het een Lada, Zastava, Yoki, Tena of Batavus mogen zijn. Zittechnisch ben je na 30 kilometer niet kritisch.
Terug in het hotel troffen we 2 Amerikaanse meisjes die we in Bocas ook al hadden getroffen - Abbey en Leslie, naar later bleek. Ook praatte ik met een Deen, Morten, die veel wist van voetbal. We eindigden, om de spierpijn en Bas´ knieblessure wat te relativeren, in dezelfde bar als zaterdag, Snoopy´s. Daar was een american football-wedstrijd bezig. Douglas, een Amerikaan die we zaterdag al hadden getroffen, was aan het kijken. Ja, het zit hier vol meer of minder gepensioneerde Amerikanen. Met hem had ik een goed gesprek over de VS en Europa, en een goed gesprek is nooit weg. Een of andere Zimbabweaanse was zo door het dolle heen dat ze alles geweldig vond en iedereen omhelste. Ik ben nog even wezen darten (werd niks) en met Leslie en Abbey speelden we een kaartspel.
Dinsdag viel het met mijn gemangelde spieren flink mee. We hadden en deden vandaag niks. OPstaan te 12.45. Lunch met Morten bij een hamburgertent. We troffen een Frans stel dat ook in hotel Marilos overnachtte. Ze wilden wel voor ons koken. We gingen boodschappen doen maar werden, klaar in de supermarkt, overvallen door een langdurige plensbui met onweersklappen. Doorweekt kwamen we aan in het hotel. De Fransen gingen koken en vroegen mij de wijn te openen, opdat deze langdurig kon ademen. Zelfde wijn trouwens die je in Nederland kan krijgen. Het was een gezellige maaltijd. Maar om maar eens het gegeven (hoewel betaalde) paard in de bek te kijken, deze Franse keuken viel mij een beetje tegen. Dit gold niet alleen het geprepareerde, dat geheel vitaminevrij en nogal zwaar was, maar ook de nazorg, aangezien ik de afwas zou doen en de indruk had dat een en ander met minder attributen in elkaar gezet had kunnen worden. Maar goed, achteraf en met een vooroordeel over Fransen, hun keuken en hun slag is het natuurlijk makkelijk raakpissen. De Franse Nathalie sprak geen woord Engels en ik was dan ook wel blij dat Morten zich bij het groepje voegde (de Franse jongen was bovendien extreemlinks). Daarna wilde Bas gaan slapen maar wilde ik nog wel wat babbelen en bier drinken zodat ik weer in Snoopy´s eindigde, weer met de Amerikaanse Abbey en Leslie, die druk in gesprek waren met 2 Panamese heren en hoog opgaven van hun parasitaire reisgedrag.
Ach ja, we konden in het hotel ook zelf de was doen. Ideaal.
Woensdag 21 september bleek van de was door toedoen van de hoosbui nog niet veel droog. Bas en ik liepen een circuit om Boquete heen. Vooral de koffieplantages waren fraai om te zien. het toppunt was evenwel een Amerikaan die een woning aan het bouwen was en een praatje wilde maken. Onder het veelvuldig roepen van ¨Why don't they go fuck themselves¨ bracht hij zijn twijfels over het Panamese milieubeleid onder de aandacht. Milder werd hij waar het over zijn eigen sigarengebruik ging. Daar gaf hij 1300 dollar per maand aan uit. Europa, aldus deze roodnek, was toch helemaal communistisch? Ja mensen, Stalin heeft gewonnen. We namen hartelijk afscheid en toen hij later langsreed in zijn suv bood hij nog een lift aan. Als rechtgeaarde communisten weigerden we dit met een glimlach. Prachtige wandeling. En nu is het plan om met Morten en een minder roodhuidige Amerikaan bier te gaan drinken in de zogeheten Sportgrill.