ONGEREMD
Na twee dagen in Santa Fe was het tijd om dit toeristenoord in opkomst te verlaten. Vrijdagmorgen namen we, na een praatje te hebben gemaakt met funky Bontekoe en een ouder, rijper echtpaar uit de VS dat hier een lapje grond zocht, de bus naar Santiago. We zaten weer tussen schoolkinderen. In Santiago wisten we eerst niet of we nu direct naar een strandbestemming zouden gaan of rustig aan zouden doen en in een stad zouden overnachten. Ook wisten we niet of we toeristisch strand of verlaten strand wilden. We hadden nu 3 dagen (afgezien van het warme gezelschap van zandvliegen) vrij verlaten gebivakkeerd en wilden wel wat reuring. In ieder mens schuilt een groepscarnivoor. Uiteindelijk besloten we naar het westelijk gelegen David te reizen, met rond de 34.000 inwoners de tweede stad van Panama. In een boemelbus waren we hier wel een uur of vier mee bezig. Eenmaal in David aangekomen was het minder benauwd dan gedacht en kwamen we terecht in hostel The Purple House, met een mevrouw die de hele avond zenuwachtig (paars aanlopend, zou men zeggen) kwam vragen of alles in orde was en wat we van haar boekenverzameling vonden. Haar man was strenger en bleef hameren op regels.
Zaterdagmorgen gingen we samen met een Brit die in San Jose (Costa Rica) woont en een weekje vakantie wilde, ontbijt halen in de supermarkt. Hij ontvouwde dat hij supermarkten wanstaltige gedrochten vond die de lokale markt wegnamen. Ik vermoedde onmiddellijk hippiesche neigingen maar het bleek mee te vallen. Andrew was een buitengemeen voorkomende en komische Britse lord, een King Arthur, die zich op het strand genoodzaakt ziet geweld te gebruiken tegen insecten en met sandalen aan en bril op te water gaat. Good heavens. Het ontbijt liet aan volledigheid niets te wensen over. Daarna gingen wij per bus naar de havenplaats Almirante. Daar zouden we de boot naar het eiland Bocas del Toro nemen. Voor het zover was, dienden we nog wel de eerste heuvelrit van een leerlingchauffeur te overleven. Die kerel keek me te benauwd, bij het wegrijden al. Van remmen op de motor bij het afdalen had-ie nog nooit gehoord, en ook de zin van het bestrepen van de weg leek hem niet in het minst te boeien. Hij reed of-ie op wou stijgen. Om de zenuwen wat de baas te blijven las ik de krant La Prensa (waaruit ik met instemming vernam dat de euro was gestegen ten opzichte van de dollar, en dat men in de VS liever had dat Panama het Kanaal ging vergroten) en een tijdschrift dat Bas bij zich had: Man of all seasons. Het blad voor de echte man. Het ging over wadlopen, oesters bakken, Rolls-Royces en Turkmenistan. Op de voorplaat was een vlezige man gekleed in laarzen doende een soort tweemotorige wichelroede te besturen, kortom, het buitenleven in al zijn facetten kwam redelijk aan de orde, zodat de aandacht prettig werd afgeleid van de rijtechnische poel des verderfs voor ons.
Eenmaal in Almirante keerde de rustige boekhoudersmentaliteit die het openbaar vervoer normaliter zo eigen is nog niet terug. Vier rasta's die de hele tijd in een deuk lagen onder het roepen van "Loco!" boden ons een lift a $1 pp naar de haven aan. Ze drongen aan, zodat we meer tijd vroegen. Uiteindelijk gingen we maar mee en bleek er niks aan de hand. We kwamen aan in Bocas del Toro en namen onze intrek in hostal Las Olas, dat nog in aanbouw bleek. Die avond aten we in een Italiaans restaurant (onder andere een puntgave garnalencocktail) en speelden daar domino. We hadden nu airconditioning, zodat het goed overnachten was.
Zondag 11 september stonden we dan ook laat op en namen een taxi naar het strand. De baai heette Bahia Sand Fly. Ik vond dit geen goed omen maar wist niks anders. Andrew ging zoals gezegd inclusief sandalen en zonnebril te water, Bas werd gestoken door een listig beest dat hij vergeleek met Australische jellyfish. Ik denk dat wij bij elkaar geen stoere groep mannen vormden. Ik deed verwoede pogingen om na het zwemmen een boek van Paul Theroux te lezen maar de driehoekige houding waarin handdoek en mieren me dwongen maakte dat nogal lastig. Na een paar uur liepen we maar weer terug naar het dorp en namen een douche. De dag werd voortgezet op sunloungers op het terras van het hostel, aan het water. 's Avonds aten we bij een Mexicaan en troffen daar alweer iemand uit de VS die in Panama een woning aan het bouwen was. Wat nou nimbydenken. Na een mooi gesprek over bouwmaterialen namen we afscheid en liepen naar een ander hostel, waar veel reizigers waren. Veel Amerikaanse surfers (mooiweerpunks) maar ook vriendelijke Australiers en Zweden, en Wit-Russen.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home