BRANDEND ZAND
Zondag 4 september sloten we dinerend af bij een medioker vleesrestaurant. Waarlijk, een preek ware beter geweest. Daarna troffen we in het hostel nog wat reizigers, een Deen, een Brit en een Amerikaan.
Maandag 5 september namen we een taxi naar de Miraflores-sluizen in het Panamakanaal. Na een tentoonstelling met film te hebben gezien, zou het tien over half drie gebeuren. Schepen door de sluizen, van circa 33 bij 300 meter. Ik joeg er eerst nog 2 prima koppen Panamese koffie doorheen. Ondanks een hoosbui zagen we eerst een schip uit Shanghai en een zekere United Polymer de sluisbakken ingaan. Wat een gezicht. Het paste precies! De bemanning van de schepen keek met verrekijkers naar het publiek - ach ja, die arme mannen die het maanden zonder vrouwelijk uitzicht moeten stellen...de doorgang van de schepen vonden we zo gaaf dat we nog een lading schepen besloten te bekijken.
Terug in het hostel kookte Bas macaroni en gingen we daarna domino spelen met de Brit, Deen en Amerikaan. Een mooi spel, net als de roulette in het casino waar we met hen nog heen gingen. Hier ben je voor een tientje de man. Bas vroeg zich verweyd af wat nu de optimale strategie was. Ik bleef volhouden dat dit het inzetten op de verjaardagen van familie was. Hiermee hield ik het ongeveer een uur vol. De verjaardag van mijn moeder bleek de meest lucratieve.
Dinsdag kochten we nog postzegels en pinden we. Daarna namen we een bus naar Santiago, in het midden van Panama in de provincie Veraguas. Hier lieten we ons met de taxi naar het regiobusstation brengen en gingen vandaar naar Santa Fe, een schilderachtig bergdorp op een meter of duizend. Lekker de koelte in, dacht ik. Hele schoolklassen werden onderweg in het A-Team busje gepropt. Na een uur of twee en met het vallen van het donker werden we afgezet bij hotel Santa Fe. In moai plak, met een tuin vol orchideeen. We aten in het dorp, iets hogerop, en raakten aan de praat met de restaurateur daar. Die wilde ons meteen een gids aansmeren maar dat leek geen goed plan.
Zoals dat in bergdorpen gaat, gingen we vroeg slapen en stonden woensdag 7 september vroeg weer op. Ik had heel erg goed geslapen, dat voelde ik aan m'n water. Prettig ei-ontbijt en ineens gezelschap van een Fries die getrouwd was met een Panamese en zijn 1-jarig dochtertje op schoot had. Hij bleek uit Rottevalle te komen en toen ik zei dat mijn opa van vaders kant daar had gewoond, bleek hij die te kennen. De man was de zoon van de in Rottevalle en omstreken wereldberoemde bakker Bontekoe. Zijn dochter heette dan ook Frisia Manuela Bontekoe Martinez. Vader Bontekoe zag eruit als Jannes van der Wal en bleek ook buitengewoon bekend met harde muziek en Waldrock. Hij raadde ons dan ook een harde route aan en die gingen we maar lopen. De route begon bij een Tour of Duty-achtige hangbrug, die door Bas met de inmiddels gebruikelijke superlatieven vet, check, shit, listig en yo begroet werden. Prachtige uitzichten volgden, dit was Het Ware Bos Op Heuvels Gevoel. Enkele uren later eindigden we bij een identieke hangbrug. Terug in het hostel deden we weinig meer dan het gebruiken van de lunch en het diner, die grotendeels op dezelfde culinaire inzichten bleken gebaseerd en erg smakelijk waren.
Donderdag was ik nog aanmerkelijk vroeger wakker dan woensdag, ik bleek onder handen te zijn genomen door een horde zandvliegen. Al mijn vier ledematen zagen eruit als een printplaat. Een landkaart. Verdun '14-'18. Melkfleswitte paddestoelen met rode stippen. Het jeukte als de ziekte en ik rende mijn bed uit. Nadat ik een frisse neus had gehaald en me vertwijfeld had afgevraagd wat me er nou toe had gebracht weer naar een tropenland te gaan, was Bas ook wakker van mijn gestamp en gingen we ontbijten. Bontekoe raadde aan vooral niet te krabben (scratchen, noemt Bas dat). Dit heb ik best lang volgehouden. We liepen vandaag een andere route, naar een tropische waterval in een gebied dat Alto de Piedra heette. Na een anderhalf uur omhoog te hebben gelopen, zodat ik de jeuk niet voelde, moesten we tegenover een geel huis met onderaan rode bakstenen een paadje in. Dit leidde naar de waterval. Die bleek helemaal de moeite waard: tropisch klaterend in een zee van varens, hoge bomen en blauwe lucht. De lucht hield het alleen niet zo blauw, zodat we teruglopend naar het dorp de laatste meters moesten rennen. Een paar onweersklappen en bliksem op afstand maakten ons nogal gehaast. Eenmaal in het dorp begon het te regenen. De douche werkte, eenmaal terug in het hostel, erg verkoelend. En het diner bleek vertrouwd: hetzelfde als de dag ervoor. Wel bleef het erg benauwd.

1 Comments:
eh eh.. die superlatieven vet, check, shit, listig en yo zul je vast nog wel vaker horen deze trip wouter...
wat leuk trouwens dat jullie die friese local zijn tegengekomen... (dat scheelt weer veel uitzoekwerk naar leuke spots..)
1:43 p.m.
Een reactie posten
<< Home